Categoriearchief: Event

Event: Tour de Baguette

Na weken voorbereiden was het zover. Een trip naar Parijs en Monaco, waarbij we onderweg een aantal mooie locaties zouden aandoen. Een trip die online via verschillende kanalen te volgen was. In dit artikel lichten we de reis, inclusief de foto’s, nog eens extra toe. Lees verder Event: Tour de Baguette

Pagani en high-end tuning fanaat. Loopt rondjes op de atletiekbaan in zijn vrije tijd en rijdt Volkswagen Up.

Interclassics & Topmobiel 2015; 80 jaar Jaguar deel 2

Begin van de week werd de historie van Jaguar al aangetoond met drie modellen waarvan twee echt uit de begintijd van Jaguar, toen nog SS Cars geheten. Ook nu weer staan er drie modellen voor jullie tentoon gesteld waarvan twee wel extreem uniek zijn.  Lees verder Interclassics & Topmobiel 2015; 80 jaar Jaguar deel 2

Interclassics & Topmobiel 2015; 80 jaar Jaguar deel 1

Naast het thema Grand Prix Classics was 80 jaar Jaguar tijdens de Interclassics & Topmobiel 2015 op het programma. Centraal in één van de grote hallen stond een stand met enkele historische modellen op een rij. Lees verder Interclassics & Topmobiel 2015; 80 jaar Jaguar deel 1

Interclassics & Topmobiel 2015; Grand Prix deel 2

Na eerder deze week het artikel over de Formule 1 auto’s uit voornamelijk de jaren ’60 & ’70 gaan we nu iets verder terug in de tijd. Waar werd er mee geracet in de jaren ’20, ’30 en ’50? 

1925 Bugatti T35
De T35 is een auto die door veel mensen direct als een Bugatti herkend wordt, het is het type waar Bugatti echt bekend mee is geworden. Mocht je er ooit één in het echt zien is er ook nog eens een grote kans dat dit een replica is aangezien zo’n replica ook populair is onder de liefhebbers. 

De hier getoonde T35 is echter “the real deal” uit 1925. In 1926 heeft deze meegereden in de Grand Prix van San Sebastian maar hierna is er weinig bekend van de historie. In 1969 kwam de auto pas weer boven water in een schuur. In de tussentijd heeft hij diverse eigenaren gehad waarvan één in 1948 met deze auto op huwelijksreis is gegaan! In 2004 is de auto uiteindelijk in bezit gekomen van een Nederlandse eigenaar welke hem tot op vandaag nog steeds in bezit heeft. 

1928 Bugatti T37
Desondanks het type doet vermoeden dat de T37 een grotere versie is van de T35 is dit juist andersom. De Bugatti T37, de zogenaamde voiturette, is het kleine zusje van de Type 35. Dit is een vooroorlogste Formule 3 auto met een kleinere motor (4 cilinder lijn 1500 cc in de T37 in tegenstelling tot de 2 liter 8 cilinder in de T35).  

Net als de T35 en T51 waren deze racewagens te koop om door Privateers geraced te worden. Kort na de oorlog is deze auto door Dhr. Meijer naar Maastricht gehaald. Sinds 2012 is de auto in handen van de huidige eigenaar. 

1931 Bugatti T54
De Type 54 is een race auto die is uitgerust met een 4.9 liter 8 cilinder die 300 pk produceert. Van dit type zijn er slechts 9 geproduceerd, en 4 werden meteen weer gedemonteerd. De hier getoonde auto is chassisnummer 1 de fabrieksracer gemaakt voor Achille Varzi. Naast deze is er nog maar 1 ander authentiek exemplaar overgebleven. 

De tweede eigenaar was Prins Jiri Lobkowicz uit Czechoslowakije maar de auto was hem niet goed gezind. Tijdens zijn eerste race, de Grand Prix van Duitsland op de Avus baan in Berlijn, verongelukte de Prins. Hij werd maar 26 jaar. 

1933 Alfa Romeo 8C 2300 Monza
Tussen 1931 en 1934 werd de 8C 2300 motor gemaakt ter vervanging van de succesvolle 6C 1750. Deze motor had  cilinders in lijn en een cilinderinhoud van 2336 cc. De motor werd zowel gebruikt in een spider met korte wielbasis, de Torpedo met lange wielbasis als een speciale eenzitter gebouwd voor Grand Prix races.

Een maximaal vermogen van 180 pk werd uit deze 8-cilinder gehaald, prestaties die van deze wagen de eest succesvolle racewagen uit zijn tijd maakte. De Alfa Romeo 8C 2300 won onder andere de Mille Miglia, viermaal de 24 uur van Le Mans en de 24 uur van Spa Franchorchamps.

Met de raceversie van de 8C 2300 Spider bestuurd door Tazio Nuvolari won de auto in 1931 en 1932 de Targa Florio in Sicilië, de overwinning van de Italian Grand Prix in Monza in 1931 gaf de naam “Monza” aan de tweezitter GP-auto. De Alfa Romeo fabriek voegde vaak de naam van de gewonnen evenementen toe aan de naam van de auto. 

1934 Auto Union Type A/35 (Replica)
Misschien wel één van de meest herkenbare raceauto uit het verleden is de Auto Union Type A/35. Deze revolutionaire Grand Prix auto was uitgerust met een middenmotor en werd voor het eerst in 1934 ingezet op Avus. 

Hans Stuck nam in de eerste zeer natte ronde de leiding en aan het einde van deze eerste ronde had Hans al één minuut voorsprong opgebouwd. Ondanks deze geweldige start werd de eindstreep niet behaald door koppelingsproblemen. In 1934 was de A/35 actief in 9 Grands Prix. 

Door race ongevallen en de oorlogsperiode heeft geen enkele Auto Union de tand des tijds doorstaan. Met toestemming van Audi Tradition is de auto nagebouwd met enkele voorwaarden. De auto mocht enkel gebouwd worden door C&G en moest beschikbaar zijn voor Audi Tradition voor speciale tentoonstellingen en demonstraties. 

1950 Talbot Lago T26 C
De Talbot Lago T26 C reed de formule 1 in het jaar 1950 en 1951 waarin het diverse podiumplaatsen behaalde en was in handen van diverse teams en constructeurs. Chassis en versnellingsbak waren afgeleid van de fabrieks raceauto’s uit 1930 en waren vergelijkbaar met die van vooroorlogse weg auto’s. 

Yves-Giraud-Cabantous, Eugene Martin, Louis Rosier, Philippe Étanceling en Raymond Sommer waren allen coureurs die in 1950 voor de fabriek gereden hebben. In het begin van het seizoen scoorde ze punten tijdens de GP van Silverstone. Vervolgens waren er geen goede resultaten tijdens de GP van Monaco. De Zwitserse Grand Prix van Bremgarten was een dieptepunt met een behoorlijk ongeluk voor Eugene Martin die zijn Formule 1 loopbaan vervolgens moest beëindigen. 

1950 Ferrari 340 F1
Deze experimentele Ferrari debuteerde op 30 juli 1950 in een niet voor het WK meetellende race in Geneve, de Grand Prix des Nations. Ferrari moest in die tijd alles uit de kast halen om in de buurt te komen van de dominante Alfa’s. 

In Geneve lukte dat nog niet. Alhoewel de tweede startplaats veelbelovend was kwam de 340 F1 na iets meer dan 2 uur racen met 6 ronden achterstand binnen. Enzo Ferrari begreep dat de 340 F1 niet voldeed en fabriceerde de 375 F1 die in 1950 al op Monza voor het eerst aan de start verscheen. 

Gezien de snelle overstap naar de 375 F1 waren de dagen van de 340 F1 al snel geteld. Na de race van Geneve is de auto nog slechts één keer ingezet. 

1951 Cooper Mk V
Kort na de oorlog waren de materialen schaars en werden racers gebouwd uit wat men beschikbaar had. Body’s uit brandstoftanks van vliegtuigen en motorfietsmotoren zoals JAP en Norton, met de bijbehorende versnellingsbakken. Dat waren de raceauto’s van vlak na de oorlog.  

Aanvankelijk 500cc een cilinder en later ook de 1000cc JAP twee cilinders. Doordat kettingaandrijving nodig was werd de motor achterin geplaatst. Dit bleek zo’n succesvolle opzet dat vanaf midden jaren ’50 alle auto’s zo werden uitgerust tot op de dag van vandaag. 

1952 Connaught A-Type
In 1952 en 1953 werden de Grand Prix gereden door auto’s met 2-liter motoren. Deze Connaught heeft een twee liter 4 cilinder van eigen merk met een pre selector, 4 versnellingsbak.

De hier getoonde auto met chassisnummer A3 was de eerste client auto en werd verkocht aan Ken Downing die hier in 1952 diverse races mee reed. Aan het einde van het seizoen werd de auto gekocht door Rob Walker die haar zeer succesvol liet racen door Tony Rolt en peter Collins. 

De A3 is de meest succesvolle van alle A-type Connaughts. Uit de 24 races won ze er 16, 7 tweede plaatsen en 1 derde plaats werden behaald. In 1954 en 1955 werd er nog actief mee gereden hierna leende de familie Walker haar uit aan diverse musea. 

De huidige eigenaar kocht de auto van Rob Walker’s weduwe. De auto is nog volkomen origineel en reed onlangs nog diverse Historische GP’s van Monaco, Zandvoort.

1952 Gordini T16
Deze Gordini werd in 1952 ontwikkelt als een 2-liter Formule 2 racewagen. In 1954 werd hij echter aangepast aan het Formule 1 reglement en omgebouwd tot een 2.5-liter Formule 1 wagen. 

Tijdens de Grand Prix van Zwitserland maakte de T6 in 1952 zijn debuut. In 1953 kampte het relatief kleine team met financiële problemen. In het nieuwe seizoen moest de T16 de concurrentie aangaan met de Ferrari’s 500. Ondanks dat het seizoen beter verliep dan het desastreuze voorgaande seizoen verdiend de T16 toch het respect onder de Franse race-auto fabrikanten van vroegere Formule 1 auto;s.

1953 Cooper – Bristol Mk II T23
Deze Cooper is de opvolger van de T20 en is zoals veel Coopers aangedreven door Bristol motoren en nog steeds uitgerust met de motor voorin. Deze Cooper werd bestuurd door Alan Brown in de F1/F2 van 1953-1954.

Ook Stirling Moss reed in het verleden voor Cooper – Bristol en behaalde enkele overwinningen . Alan Brown reed de Buenos Aires Libre Grand Prix helaas niet uit.

1956 Maserati 250F
De hier getoonde Maserati 250F werd in 1956 door Stirling Moss bestuurd en bracht hem tot vicekampioen van de Formule 1 met onder meer een zege in Monaco. De auto is nu ruim een halve eeuw later nog volledig origineel.

Een 2.5-liter zescilinder met dubbele ontsteking, die 270 pk genereerde, zorgt voor een topsnelheid van 290 km/u. De huidige eigenaar heeft de afgelopen jaren deelgenomen aan diverse Historische Grands Prix. 

{gallery}galleries/Shows/2015-Interclassics-Topmobiel-Maastricht/Formula1-classics/Large/{/gallery}

Interclassics & Topmobiel 2015; Grand Prix deel 1

Afgelopen weekend zijn we afgereisd naar het zuiden des lands waar het MECC in Maastricht in het teken stond van klassiekers uit binnen en buitenland. De komende week zullen wij in enkele artikelen terugblikken op het blik wat hier tentoon gesteld stond.

Één van de thema’s dit jaar was “Grand Prix Classics”. In samenwerking met de Historische Auto Ren Club (HARC) en de Historic Grand Prix te Zandvoort werden een aantal unieke raceklassiekers tentoongesteld van over de hele wereld.

1961 Lotus Climax Type 18
De Lotus van het Amerikaanse Team Camoradi werd in 1961 ingezet voor het Formule 1 kampioenschap met de Engelse coureur Ian Burgess achter het stuur. In dit jaar heeft deze bolide onder andere geracet op Zandvoort, tijdens de Belgische Grand Prix in Brussel en de Duitse Grand Prix op de Nurburgring.

De Lotus wordt aangedreven door een 2.5-liter Coventry Climax motor met de grootste Weber carburateur ooit, de 58 DCOE. In 1961 werd ook voor het eerst de rolbeugel op de auto’s gemonteerd.

De auto zoals hier tentoongesteld is uniek omdat zowel het chassis als de carrosserie nog volledig origineel zijn. Tegenwoordig wordt dit voertuig nog steeds ingezet voor historische races zoals onlangs nog tijdens het Goodwood Revival festival.

1967 Lotus P49 R3
De Lotus P49 werd tijdens het seizoen van 1967 geïntroduceerd. Er werden twaalf exemplaren gebouwd waarbij de carrosserie van de R3 enkele unieke modificaties onderging. De P49 was de eerste auto die uitgerust was met de legendarische Ford-Cosworth DFV-Motorblok, een dubbele vierklepper, die als dragend deel fungeerde. De topsnelheid bedroeg toen der tijd een niet mis te verstande 290 km/u. De enige overgebleven teamwagen uit 1967 werd aan de vooravond van de Britste GP in elkaar gezet om de rest van het seizoen bestuurd te worden door Graham Hill.

In 1968 werd de auto verkocht na de GP van Zuid-Afrika en deed nog vele jaren dienst als racewagen. Na een restauratie in 1982 kwam de wagen drie jaar later in het National Motor Museum in Beaulieu, Engeland.

1970 March 701
De hier afgebeelde March 701 is de eerste van drie 701’s die geleverd werden aan het Ken Tyrell Team. Met Jackie Stewart achter het stuur kwam de March in 1970 tijdens de GP van Zuid-Afrika op pole position te staan. Hierna werd tijdens de Race of the Champions op Brands Hatch de eerste overwinning gevierd. Op het Jarama circuit in Spanje leidde Jackie Stewart de March naar zijn eerste Grand Prix overwinning.

In 2009 werd de auto geveild door Bonhams en in de jaren daarop werd de auto nauwkeurig gerestaureerd en race-klaar gemaakt. De toenmalige eigenaar heeft er in 2012 de Monaco Historic Grand Prix mee gereden samen met nog drie March 701’s.

1974 Surtees TS 16
De Surtees TS 16 was geen groot succes nummer voor de Surtees Racing Organisation. Met overgewicht en een ondergewaardeerde motor kon de auto moeizaam meekomen met de top van het spelersveld.

Tijdens de US Grand Prix in 1974 verongelukte Helmuth Koinigg. In 1975 werd de TS 16 wederom ingezet, dit keer met John Watson achter het stuur. Hij kon hiermee echter geen kampioenschapspunten behalen.

1977 McLaren M26
Gordon Coppuck begon in 1976 al met het ontwerpen van deze Formule 1 ter vervanging van zijn voorganger, de McLaren M26. Het idee was om hem lichter en lager te maken als zijn voorganger, wat uiteindelijk ook gelukt is. In 1977 werd de auto eindelijk in gebruik genomen door het team.

James Hunt nam plaats achter het stuur en behaalde drie overwinningen in Duitsland, VS en Japan. Daarnaast werden er ook nog twee podium plaatsen behaald. Helaas voor Hunt ging de podium plaats in Canada en Oostenrijk aan zijn neus voorbij door problemen met de auto.

Aan het einde van het seizoen behaalde McLaren 69 punten wat resulteerde in een derde plaats in het constructeurs kampioenschap. Nadat de M26 vervangen werd voor een opvolger duurde het tot 1981 voordat McLaren wederom een succes boekte in de Formule 1.

1978 Lotus 79 chassis 3 John Player Special
In 1978 heeft Team Lotus deze John Player Special ontworpen en gefabriceerd. Rijders Mario Andretti en Ronnie Peterson domineerden het F1 seizoen van 1978. Mario Andretti werd wereldkampioen en Team Lotus zou voor de 7e keer de constructeurs titel winnen.

De Type 79 zorgde voor een revolutie in de F1 ontwerpen. Modellen met deze aerodynamica werden bestempeld als het “Ground Effect” tijdperk.

1980 Ligier JS11/15
De Ligier JS11/15 is een doorontwikkeling van de JS11 die het jaar daarvoor gebruikt werd. Met twee verschillende coureurs werden er in 1980 twee races gewonnen. Het probleem was dat de auto zo goed ontworpen was dat hij te veel downforce genereerde. De wielophanging kon dit simpelweg niet aan en kwam vooral tijdens het aanremmen voor bochten onder zo’n druk te staan dat deze geregeld problemen.

De concurrentie van Williams en Brabham was moordend voor de Ligier. Jacques Laffite werd vierde in de eindstand. Teamgenoot Didier Pironi werd vijfde en vertrok toen naar Ferrari.

1980 Arrows A3-3
Tijdens het seizoen van 1980 & 1981 gebruikte het Arrows team de A3 na het slechte seizoen van de Arrows A2 in 1979. De A2 had diverse aerodynamische innovaties waar men direct weer van af stapten. Met de A3 ging men weer terug naar een conventioneler ontwerp. De enige innovatie was de behuizing van de versnellingsbak om de weerstand te verminderen.

Riccardo Patrese behaalde het beste resultaat voor Arrows ooit in de A3. Tijdens de 1980 US Grand Prix behaalde hij een tweede plaats, de snelste ronde tijdens de 1980 Grand Prix van Monaco en Pole position tijdens de 1981 Long Beach Grand Prix.

De auto is momenteel race-klaar en actief in de FIA World Championship GP Masters.

1992 Ferrari F92A
Jean-Claude Migeot is de persoon achter deze Ferrari F92A, hij heeft deze Formule 1 auto ontworpen voor het seizoen van 1992. Er zijn twee versies van deze auto; de originele versie reed in de eerste elf races van het seizoen terwijl de laatste fase gereden werd door de F92AT.

Het gehele seizoen zat niemand minder dan Jean Alesi achter het stuur maar deze wist slecht twee podiumplaatsen te behalen, in Spanje en Canada, en behaalde in totaal 21 punten. De auto was vooral bekend om zijn “double-flat bottom” die het zeer moeilijk maakte om mee te rijden.

{gallery}galleries/Shows/2015-Interclassics-Topmobiel-Maastricht/Formula1/Large/{/gallery}