Tagarchief: Maserati 250F

Interclassics & Topmobiel 2015; Grand Prix deel 2

Na eerder deze week het artikel over de Formule 1 auto’s uit voornamelijk de jaren ’60 & ’70 gaan we nu iets verder terug in de tijd. Waar werd er mee geracet in de jaren ’20, ’30 en ’50? 

1925 Bugatti T35
De T35 is een auto die door veel mensen direct als een Bugatti herkend wordt, het is het type waar Bugatti echt bekend mee is geworden. Mocht je er ooit één in het echt zien is er ook nog eens een grote kans dat dit een replica is aangezien zo’n replica ook populair is onder de liefhebbers. 

De hier getoonde T35 is echter “the real deal” uit 1925. In 1926 heeft deze meegereden in de Grand Prix van San Sebastian maar hierna is er weinig bekend van de historie. In 1969 kwam de auto pas weer boven water in een schuur. In de tussentijd heeft hij diverse eigenaren gehad waarvan één in 1948 met deze auto op huwelijksreis is gegaan! In 2004 is de auto uiteindelijk in bezit gekomen van een Nederlandse eigenaar welke hem tot op vandaag nog steeds in bezit heeft. 

1928 Bugatti T37
Desondanks het type doet vermoeden dat de T37 een grotere versie is van de T35 is dit juist andersom. De Bugatti T37, de zogenaamde voiturette, is het kleine zusje van de Type 35. Dit is een vooroorlogste Formule 3 auto met een kleinere motor (4 cilinder lijn 1500 cc in de T37 in tegenstelling tot de 2 liter 8 cilinder in de T35).  

Net als de T35 en T51 waren deze racewagens te koop om door Privateers geraced te worden. Kort na de oorlog is deze auto door Dhr. Meijer naar Maastricht gehaald. Sinds 2012 is de auto in handen van de huidige eigenaar. 

1931 Bugatti T54
De Type 54 is een race auto die is uitgerust met een 4.9 liter 8 cilinder die 300 pk produceert. Van dit type zijn er slechts 9 geproduceerd, en 4 werden meteen weer gedemonteerd. De hier getoonde auto is chassisnummer 1 de fabrieksracer gemaakt voor Achille Varzi. Naast deze is er nog maar 1 ander authentiek exemplaar overgebleven. 

De tweede eigenaar was Prins Jiri Lobkowicz uit Czechoslowakije maar de auto was hem niet goed gezind. Tijdens zijn eerste race, de Grand Prix van Duitsland op de Avus baan in Berlijn, verongelukte de Prins. Hij werd maar 26 jaar. 

1933 Alfa Romeo 8C 2300 Monza
Tussen 1931 en 1934 werd de 8C 2300 motor gemaakt ter vervanging van de succesvolle 6C 1750. Deze motor had  cilinders in lijn en een cilinderinhoud van 2336 cc. De motor werd zowel gebruikt in een spider met korte wielbasis, de Torpedo met lange wielbasis als een speciale eenzitter gebouwd voor Grand Prix races.

Een maximaal vermogen van 180 pk werd uit deze 8-cilinder gehaald, prestaties die van deze wagen de eest succesvolle racewagen uit zijn tijd maakte. De Alfa Romeo 8C 2300 won onder andere de Mille Miglia, viermaal de 24 uur van Le Mans en de 24 uur van Spa Franchorchamps.

Met de raceversie van de 8C 2300 Spider bestuurd door Tazio Nuvolari won de auto in 1931 en 1932 de Targa Florio in Sicilië, de overwinning van de Italian Grand Prix in Monza in 1931 gaf de naam “Monza” aan de tweezitter GP-auto. De Alfa Romeo fabriek voegde vaak de naam van de gewonnen evenementen toe aan de naam van de auto. 

1934 Auto Union Type A/35 (Replica)
Misschien wel één van de meest herkenbare raceauto uit het verleden is de Auto Union Type A/35. Deze revolutionaire Grand Prix auto was uitgerust met een middenmotor en werd voor het eerst in 1934 ingezet op Avus. 

Hans Stuck nam in de eerste zeer natte ronde de leiding en aan het einde van deze eerste ronde had Hans al één minuut voorsprong opgebouwd. Ondanks deze geweldige start werd de eindstreep niet behaald door koppelingsproblemen. In 1934 was de A/35 actief in 9 Grands Prix. 

Door race ongevallen en de oorlogsperiode heeft geen enkele Auto Union de tand des tijds doorstaan. Met toestemming van Audi Tradition is de auto nagebouwd met enkele voorwaarden. De auto mocht enkel gebouwd worden door C&G en moest beschikbaar zijn voor Audi Tradition voor speciale tentoonstellingen en demonstraties. 

1950 Talbot Lago T26 C
De Talbot Lago T26 C reed de formule 1 in het jaar 1950 en 1951 waarin het diverse podiumplaatsen behaalde en was in handen van diverse teams en constructeurs. Chassis en versnellingsbak waren afgeleid van de fabrieks raceauto’s uit 1930 en waren vergelijkbaar met die van vooroorlogse weg auto’s. 

Yves-Giraud-Cabantous, Eugene Martin, Louis Rosier, Philippe Étanceling en Raymond Sommer waren allen coureurs die in 1950 voor de fabriek gereden hebben. In het begin van het seizoen scoorde ze punten tijdens de GP van Silverstone. Vervolgens waren er geen goede resultaten tijdens de GP van Monaco. De Zwitserse Grand Prix van Bremgarten was een dieptepunt met een behoorlijk ongeluk voor Eugene Martin die zijn Formule 1 loopbaan vervolgens moest beëindigen. 

1950 Ferrari 340 F1
Deze experimentele Ferrari debuteerde op 30 juli 1950 in een niet voor het WK meetellende race in Geneve, de Grand Prix des Nations. Ferrari moest in die tijd alles uit de kast halen om in de buurt te komen van de dominante Alfa’s. 

In Geneve lukte dat nog niet. Alhoewel de tweede startplaats veelbelovend was kwam de 340 F1 na iets meer dan 2 uur racen met 6 ronden achterstand binnen. Enzo Ferrari begreep dat de 340 F1 niet voldeed en fabriceerde de 375 F1 die in 1950 al op Monza voor het eerst aan de start verscheen. 

Gezien de snelle overstap naar de 375 F1 waren de dagen van de 340 F1 al snel geteld. Na de race van Geneve is de auto nog slechts één keer ingezet. 

1951 Cooper Mk V
Kort na de oorlog waren de materialen schaars en werden racers gebouwd uit wat men beschikbaar had. Body’s uit brandstoftanks van vliegtuigen en motorfietsmotoren zoals JAP en Norton, met de bijbehorende versnellingsbakken. Dat waren de raceauto’s van vlak na de oorlog.  

Aanvankelijk 500cc een cilinder en later ook de 1000cc JAP twee cilinders. Doordat kettingaandrijving nodig was werd de motor achterin geplaatst. Dit bleek zo’n succesvolle opzet dat vanaf midden jaren ’50 alle auto’s zo werden uitgerust tot op de dag van vandaag. 

1952 Connaught A-Type
In 1952 en 1953 werden de Grand Prix gereden door auto’s met 2-liter motoren. Deze Connaught heeft een twee liter 4 cilinder van eigen merk met een pre selector, 4 versnellingsbak.

De hier getoonde auto met chassisnummer A3 was de eerste client auto en werd verkocht aan Ken Downing die hier in 1952 diverse races mee reed. Aan het einde van het seizoen werd de auto gekocht door Rob Walker die haar zeer succesvol liet racen door Tony Rolt en peter Collins. 

De A3 is de meest succesvolle van alle A-type Connaughts. Uit de 24 races won ze er 16, 7 tweede plaatsen en 1 derde plaats werden behaald. In 1954 en 1955 werd er nog actief mee gereden hierna leende de familie Walker haar uit aan diverse musea. 

De huidige eigenaar kocht de auto van Rob Walker’s weduwe. De auto is nog volkomen origineel en reed onlangs nog diverse Historische GP’s van Monaco, Zandvoort.

1952 Gordini T16
Deze Gordini werd in 1952 ontwikkelt als een 2-liter Formule 2 racewagen. In 1954 werd hij echter aangepast aan het Formule 1 reglement en omgebouwd tot een 2.5-liter Formule 1 wagen. 

Tijdens de Grand Prix van Zwitserland maakte de T6 in 1952 zijn debuut. In 1953 kampte het relatief kleine team met financiële problemen. In het nieuwe seizoen moest de T16 de concurrentie aangaan met de Ferrari’s 500. Ondanks dat het seizoen beter verliep dan het desastreuze voorgaande seizoen verdiend de T16 toch het respect onder de Franse race-auto fabrikanten van vroegere Formule 1 auto;s.

1953 Cooper – Bristol Mk II T23
Deze Cooper is de opvolger van de T20 en is zoals veel Coopers aangedreven door Bristol motoren en nog steeds uitgerust met de motor voorin. Deze Cooper werd bestuurd door Alan Brown in de F1/F2 van 1953-1954.

Ook Stirling Moss reed in het verleden voor Cooper – Bristol en behaalde enkele overwinningen . Alan Brown reed de Buenos Aires Libre Grand Prix helaas niet uit.

1956 Maserati 250F
De hier getoonde Maserati 250F werd in 1956 door Stirling Moss bestuurd en bracht hem tot vicekampioen van de Formule 1 met onder meer een zege in Monaco. De auto is nu ruim een halve eeuw later nog volledig origineel.

Een 2.5-liter zescilinder met dubbele ontsteking, die 270 pk genereerde, zorgt voor een topsnelheid van 290 km/u. De huidige eigenaar heeft de afgelopen jaren deelgenomen aan diverse Historische Grands Prix. 

{gallery}galleries/Shows/2015-Interclassics-Topmobiel-Maastricht/Formula1-classics/Large/{/gallery}