Tagarchief: William Grover Williams

Bugatti eert haar helden met zes Legend Editions

Om de beroemde namen te herdenken die een belangrijke rol hebben gespeeld in de geschiedenis van de Franse supersportwagenfabrikant brengen zij zes speciale edities van de Grand Sport Vitesse uit.

In de komende twaalf maanden zal Bugatti zes verschillende Bugatti Legends presenteren, allemaal op basis van de Veyron 16.4 Grand Sport Vitesse. Om het geheugen weer even op te frissen de duizelingwekkende cijfers van deze auto:

  • – 8.0-liter W16 met 4 turbo’s
  • – 1.200 pk (882 kW)
  • – Maximaal koppel van 1.500 Nm tussen 3.000-5.000 tpm.
  • – 0-100 km/h (0-60 mph) in 2,6 seconden
  • – Topsnelheid van 408,84 met open dak

Eerste van de zes; Jean-Pierre Wimille Legend edition

In het jaar waarin de 24 Uren van Le Mans zijn 90e verjaardag viert, draagt Bugatti de eerste Legend op aan Jean-Pierre Wimille, een bekende naam uit de racegeschiedenis die nauw verbonden is met Bugatti. 
 
Deze legende maakte in 1930 zijn Grand Prix-debuut in een Bugatti 37A in de Grand Prix van Frankrijk.
Hij raceten nog een aantal jaren in verschillende Bugatti’s en won in 1937 en 1939 de 24 Uur van Le Mans. De eerste keer deed hij dit in een Bugatti 57G Tank, met co-piloot Robert Benoist, en in 1939 won hij met Pierre Veyron achter het stuur van de 57C Tank.
 
Tijdens de Tweede Wereldoorlog gingen Wimille en zijn racecollega’s Robert Benoist en William Grover-Williams bij de Special Operations Executive (SOE). Dit was één van de zeven geheimen organisaties die door de Britse regering werd opgericht tijdens de Tweede Wereldoorlog. Enkel Wimille overleefde dit.
 
Na de Tweede Wereldoorlog werd Wimille eerste coureur van Alfa-Romeo, tussen 1946 en 1948, waar hij verschillende races voor won. Treurig genoeg kwam er veel te vroeg een einde van het leven van Wimille, die in 1949 overleed tijdens de training voor de Grand Prix van Buenos Aires. 
 
De winnende Le Mans raceauto uit 1937 vormde de inspiratie van deze eerste Legend edition. De 57G Tank waarmee Jean-Pierre Wimille reed in dat jaar was deze Bugatti voorzien van een blauwe Racing Blue Livery, kenmerkend voor de Franse raceauto’s van die tijd. In lijn met deze kleurstelling is de speciale editie van de Vitesse voorzien van een lichtblauwe Wimille Blue lak, gecombineerd met blauwe clear-coated koolstofvezeldelen, een kleurschema dat ook in het interieur terugkomt. De productie van deze Legend edition is gelimiteerd tot drie exemplaren.
 
De Jean-Pierre Wimille Legend edition zal van 16 t/m 18 augustus aanstaande te zien zijn tijdens het Amerikaanse Pebble Beach weekend. 
{gallery}galleries/merken/Bugatti/Grand-Sport-Vitesse-Jean-Pierre-Wimille-Legend-Edition{/gallery} 
 

Techno Classica Essen 2011; De klassiekers

 

Vorige week rond deze tijd liepen er al duizenden mensen zich te verbijsteren door het aantal klassieke auto’s in Essen, want wat passen er veel auto’s in 130.000 vierkante meter aan beursvloer oppervlakte! We hebben al wat artikelen voorbij zien komen over auto’s voornamelijk van na de jaren vijftig, maar nu is de roem en glorie van net na de eeuwwisseling aan de beurt. Daar waar het grote geld zit en astronomische prijzen om je oren vliegen waar sommige van deze klassiekers voor te koop staan.

De bekendste handelaren in exclusieve auto’s staan op deze beurs die door de jaren heen uit is gegroeid tot de grootste oltimerbeurs van Europa en een van de grootste ter wereld. Mensen komen van ver om een glimp op te vangen van het waar wat hier te koop is. Velen alleen om te kijken, te speculeren, maar er worden ook daadwerkelijk orders geschreven op deze autoshow. Net buiten de hallen op de binnenterreinen van het beursgebouw konden particulieren hun klassieker proberen te verhandelen. En binnen stonden de verschillende handelaren met hun 2e hands auto’s.

Er stonden 2ehands auto’s tussen die de waarde hebben van een nieuwe productieauto, maar ook die de prijs van een nieuwe Ferrari of nog duurder. Het verschil zit hem simpel gezegd in afschrijving van de auto. Een “normale” productieauto daalt in waarde naarmate hij ouder wordt en verslijt, waar een klassiekers alleen maar meer waard wordt door de jaren die hij ouder wordt. De waardes van deze klassiekers kunnen dus “bijna” niet dalen, wat ze niet alleen een kostbaar bezit maakt, maar ook een leuke/interessante belegging. De koers van aandelen staat hiermee in schril contrast, want hoe vaak hoor je wel niet dat de beurzen weer negatief sluiten en aandelen weer in waarde zijn gedaald.

Hierdoor zie je in Essen niet alleen de auto’s die worden aangeboden met daarnaast hun vraagprijzen, maar ook de weerspiegeling van de prijsontwikkeling van klassieke auto’s in de laatste jaren.

Door de vorige afbeeldingen als sfeerbeeld te tonen kun je de ambiance die er gecreëerd werd een beetje proeven. Die er in de hal hing van de grootste klassieker handelaren. Zo zie je hieronder bijvoorbeeld drie pracht exemplaren van Horch. Waarvan er één als mooiste klassieker van de beurs is gekroond. Ontwikkeld door August Horch, maar door onenigheid met zijn financiers en omdat hij geen patent op het merk had aangevraagd maakte die het hem onmogelijk om nog langer auto’s onder zijn eigen naam te blijven verkopen. Hij richtte toen Audi op. Naar verluidt vertaalde een vriend van Horch diens naam – die in het Duits “horen/luisteren” betekend – naar het Latijn: Audi. In 1932 werd het merk Horch onderdeel van Auto Union, maar het merk zou de tweede wereldoorlog niet overleven. Overigens kan een Horch in goede staat, zoals hier onder een waarde hebben van rond een miljoen euro. En waarbij de koffer achterop bijvoorbeeld een optie is en los 6.500 euro kost.

De Spyker C8 Double 12 S – waarvan de naam terugslaat op een 24-uurs race uit 1922 die het merk wist te winnen –  mogen we als Nederlanders trots op zijn, want deze auto zal als klassieker de boeken in gaan. Niet alleen omdat Spyker van zichzelf al zo’n exclusief merk is, maar ook doordat er nog minder van deze Double 12 S zijn gemaakt als de normale C8 en C8 Spyder. Die meer verkocht zijn.  Deze C8 staat op een aangepast C8-platvorm met een langere wielbasis en er kon afhankelijk van de wensen van de klant gekozen worden uit de V8 met stage I 400 pk tot stage V met 620 pk.

Hieronder de Maserati Quatroporte Bellagio Fastback, ja wat een naam hoor ik je al denken. Van de 25 exemplaren die gepland waren om te bouwen van deze Estate zijn er slechts 3 geproduceerd.

Hieronder de ‘Bentley 8 Litre’ zesinlijn-motor, waarvan slechts 100 exemplaren zijn geproduceerd tussen 1930 en 1931 in verschillende carrosserievormen. Dit model is het 2e exemplaar dat gebouwd is en moest de concurrent de Rolls-Royce Phantom compleet wegvegen.

Hieronder, links de Clement-Bayard Type 4M2 uit 1910. Deze had een 1350 cc viercilinder en helaas een prijs op aanvraag. En rechts de Croizemari Type AC uit 1901. Die een 1 clinder 800cc motor heeft met een verzet van 3 versnellingen en een topsnelheid had van 20 km/h.

Hieronder de Petersen Meteor Rolls Bentley 27 liter special uit 1933, die – wat uit de naam af te leiden is – een Rolls-Royce Meteor motor in het vooronder heeft liggen. Welke oorspronkelijk een tankmotor is die is ontwikkeld uit de legendarische Merlin vliegtuigmotor (beter bekend als motor van oa. de Spitfire). Het Chassis is ook afkomstig van Rolls Royce, namelijk een uit 1933 P2 chassis en er lag een automatische versnellingsbak in met 4 versnellingen.

Hieronder een Petersen supercharged 6,5 Liter Road Racer, waarvan de motor een 6,5 liter 8-inlijn motor is afkomstig van Rolls-Royce. Het chassis en de versnellingsbak zijn van Bentley en de Superchager van Petersen zelf. Deze auto leverde een vermogen van 398 pk en 584 Nm aan koppel.

Hieronder de bij de grote prijs van Lyon in 1924 geïntroduceerde Bugatti Type 35, met een achtcilinder motor met 1991 cc. Niet alleen de prachtige vormgeving was spraakwekkend in die tijd maar ook de speciale achtspaaks aluminium wielen en geïntegreerde trommelremmen waren sensationeel. Het was een standaard voor vele andere varianten zoals de: 35C, 35T, 35B en de 35A. Later verschenen er ook een aantal racevarianten, zoals de 35S, het Type 51 en het Type 54. De auto is mede zo legendarisch doordat er 400 35S (raceversies) versies van zijn gemaakt waarmee vele coureurs reden. Van amateurs tot proffesionals zoals, René Dreyfus, 1992 Monaco GP winnaar William Grover Williams and Louis Chiron. Samen hebben deze coureurs een geschatte 1850 overwinningen binnengesleept tussen 1924 en 1927.

Maar achter dit succes schuilt nog een ander verhaal. Namelijk dat Buggati erg langzaam was met het toevoegen van nieuwe innovaties die niet binnen Bugatti zelf waren ontwikkeld. Waar de anderen in het raceveld bijvoorbeeld al met hydraulische remmen reden, moesten de Bugatti coureurs het nog met de bekabelde remmen doen. En als zij er dan over klaagde deed Ettore Bugatti uitspraken als: “I make cars to go, not to stop”. En de Bugatti Veyron rechts mag voor zichzelf spreken, met zijn 8 liter W16, 1001 pk en topsnelheid van boven de 400 km/h.

Techno Classica Essen 2011; De klassiekers

 

Vorige week rond deze tijd liepen er al duizenden mensen zich te verbijsteren door het aantal klassieke auto’s in Essen, want wat passen er veel auto’s in 130.000 vierkante meter aan beursvloer oppervlakte! We hebben al wat artikelen voorbij zien komen over auto’s voornamelijk van na de jaren vijftig, maar nu is de roem en glorie van net na de eeuwwisseling aan de beurt. Daar waar het grote geld zit en astronomische prijzen om je oren vliegen waar sommige van deze klassiekers voor te koop staan.

De bekendste handelaren in exclusieve auto’s staan op deze beurs die door de jaren heen uit is gegroeid tot de grootste oltimerbeurs van Europa en een van de grootste ter wereld. Mensen komen van ver om een glimp op te vangen van het waar wat hier te koop is. Velen alleen om te kijken, te speculeren, maar er worden ook daadwerkelijk orders geschreven op deze autoshow. Net buiten de hallen op de binnenterreinen van het beursgebouw konden particulieren hun klassieker proberen te verhandelen. En binnen stonden de verschillende handelaren met hun 2e hands auto’s.

Er stonden 2ehands auto’s tussen die de waarde hebben van een nieuwe productieauto, maar ook die de prijs van een nieuwe Ferrari of nog duurder. Het verschil zit hem simpel gezegd in afschrijving van de auto. Een “normale” productieauto daalt in waarde naarmate hij ouder wordt en verslijt, waar een klassiekers alleen maar meer waard wordt door de jaren die hij ouder wordt. De waardes van deze klassiekers kunnen dus “bijna” niet dalen, wat ze niet alleen een kostbaar bezit maakt, maar ook een leuke/interessante belegging. De koers van aandelen staat hiermee in schril contrast, want hoe vaak hoor je wel niet dat de beurzen weer negatief sluiten en aandelen weer in waarde zijn gedaald.

Hierdoor zie je in Essen niet alleen de auto’s die worden aangeboden met daarnaast hun vraagprijzen, maar ook de weerspiegeling van de prijsontwikkeling van klassieke auto’s in de laatste jaren.

Door de vorige afbeeldingen als sfeerbeeld te tonen kun je de ambiance die er gecreëerd werd een beetje proeven. Die er in de hal hing van de grootste klassieker handelaren. Zo zie je hieronder bijvoorbeeld drie pracht exemplaren van Horch. Waarvan er één als mooiste klassieker van de beurs is gekroond. Ontwikkeld door August Horch, maar door onenigheid met zijn financiers en omdat hij geen patent op het merk had aangevraagd maakte die het hem onmogelijk om nog langer auto’s onder zijn eigen naam te blijven verkopen. Hij richtte toen Audi op. Naar verluidt vertaalde een vriend van Horch diens naam – die in het Duits “horen/luisteren” betekend – naar het Latijn: Audi. In 1932 werd het merk Horch onderdeel van Auto Union, maar het merk zou de tweede wereldoorlog niet overleven. Overigens kan een Horch in goede staat, zoals hier onder een waarde hebben van rond een miljoen euro. En waarbij de koffer achterop bijvoorbeeld een optie is en los 6.500 euro kost.

De Spyker C8 Double 12 S – waarvan de naam terugslaat op een 24-uurs race uit 1922 die het merk wist te winnen –  mogen we als Nederlanders trots op zijn, want deze auto zal als klassieker de boeken in gaan. Niet alleen omdat Spyker van zichzelf al zo’n exclusief merk is, maar ook doordat er nog minder van deze Double 12 S zijn gemaakt als de normale C8 en C8 Spyder. Die meer verkocht zijn.  Deze C8 staat op een aangepast C8-platvorm met een langere wielbasis en er kon afhankelijk van de wensen van de klant gekozen worden uit de V8 met stage I 400 pk tot stage V met 620 pk.

Hieronder de Maserati Quatroporte Bellagio Fastback, ja wat een naam hoor ik je al denken. Van de 25 exemplaren die gepland waren om te bouwen van deze Estate zijn er slechts 3 geproduceerd.

Hieronder de ‘Bentley 8 Litre’ zesinlijn-motor, waarvan slechts 100 exemplaren zijn geproduceerd tussen 1930 en 1931 in verschillende carrosserievormen. Dit model is het 2e exemplaar dat gebouwd is en moest de concurrent de Rolls-Royce Phantom compleet wegvegen.

Hieronder, links de Clement-Bayard Type 4M2 uit 1910. Deze had een 1350 cc viercilinder en helaas een prijs op aanvraag. En rechts de Croizemari Type AC uit 1901. Die een 1 clinder 800cc motor heeft met een verzet van 3 versnellingen en een topsnelheid had van 20 km/h.

Hieronder de Petersen Meteor Rolls Bentley 27 liter special uit 1933, die – wat uit de naam af te leiden is – een Rolls-Royce Meteor motor in het vooronder heeft liggen. Welke oorspronkelijk een tankmotor is die is ontwikkeld uit de legendarische Merlin vliegtuigmotor (beter bekend als motor van oa. de Spitfire). Het Chassis is ook afkomstig van Rolls Royce, namelijk een uit 1933 P2 chassis en er lag een automatische versnellingsbak in met 4 versnellingen.

Hieronder een Petersen supercharged 6,5 Liter Road Racer, waarvan de motor een 6,5 liter 8-inlijn motor is afkomstig van Rolls-Royce. Het chassis en de versnellingsbak zijn van Bentley en de Superchager van Petersen zelf. Deze auto leverde een vermogen van 398 pk en 584 Nm aan koppel.

Hieronder de bij de grote prijs van Lyon in 1924 geïntroduceerde Bugatti Type 35, met een achtcilinder motor met 1991 cc. Niet alleen de prachtige vormgeving was spraakwekkend in die tijd maar ook de speciale achtspaaks aluminium wielen en geïntegreerde trommelremmen waren sensationeel. Het was een standaard voor vele andere varianten zoals de: 35C, 35T, 35B en de 35A. Later verschenen er ook een aantal racevarianten, zoals de 35S, het Type 51 en het Type 54. De auto is mede zo legendarisch doordat er 400 35S (raceversies) versies van zijn gemaakt waarmee vele coureurs reden. Van amateurs tot proffesionals zoals, René Dreyfus, 1992 Monaco GP winnaar William Grover Williams and Louis Chiron. Samen hebben deze coureurs een geschatte 1850 overwinningen binnengesleept tussen 1924 en 1927.

Maar achter dit succes schuilt nog een ander verhaal. Namelijk dat Buggati erg langzaam was met het toevoegen van nieuwe innovaties die niet binnen Bugatti zelf waren ontwikkeld. Waar de anderen in het raceveld bijvoorbeeld al met hydraulische remmen reden, moesten de Bugatti coureurs het nog met de bekabelde remmen doen. En als zij er dan over klaagde deed Ettore Bugatti uitspraken als: “I make cars to go, not to stop”. En de Bugatti Veyron rechts mag voor zichzelf spreken, met zijn 8 liter W16, 1001 pk en topsnelheid van boven de 400 km/h.

Techno Classica Essen 2011; De klassiekers

 

Vorige week rond deze tijd liepen er al duizenden mensen zich te verbijsteren door het aantal klassieke auto’s in Essen, want wat passen er veel auto’s in 130.000 vierkante meter aan beursvloer oppervlakte! We hebben al wat artikelen voorbij zien komen over auto’s voornamelijk van na de jaren vijftig, maar nu is de roem en glorie van net na de eeuwwisseling aan de beurt. Daar waar het grote geld zit en astronomische prijzen om je oren vliegen waar sommige van deze klassiekers voor te koop staan.

De bekendste handelaren in exclusieve auto’s staan op deze beurs die door de jaren heen uit is gegroeid tot de grootste oltimerbeurs van Europa en een van de grootste ter wereld. Mensen komen van ver om een glimp op te vangen van het waar wat hier te koop is. Velen alleen om te kijken, te speculeren, maar er worden ook daadwerkelijk orders geschreven op deze autoshow. Net buiten de hallen op de binnenterreinen van het beursgebouw konden particulieren hun klassieker proberen te verhandelen. En binnen stonden de verschillende handelaren met hun 2e hands auto’s.

Er stonden 2ehands auto’s tussen die de waarde hebben van een nieuwe productieauto, maar ook die de prijs van een nieuwe Ferrari of nog duurder. Het verschil zit hem simpel gezegd in afschrijving van de auto. Een “normale” productieauto daalt in waarde naarmate hij ouder wordt en verslijt, waar een klassiekers alleen maar meer waard wordt door de jaren die hij ouder wordt. De waardes van deze klassiekers kunnen dus “bijna” niet dalen, wat ze niet alleen een kostbaar bezit maakt, maar ook een leuke/interessante belegging. De koers van aandelen staat hiermee in schril contrast, want hoe vaak hoor je wel niet dat de beurzen weer negatief sluiten en aandelen weer in waarde zijn gedaald.

Hierdoor zie je in Essen niet alleen de auto’s die worden aangeboden met daarnaast hun vraagprijzen, maar ook de weerspiegeling van de prijsontwikkeling van klassieke auto’s in de laatste jaren.

Door de vorige afbeeldingen als sfeerbeeld te tonen kun je de ambiance die er gecreëerd werd een beetje proeven. Die er in de hal hing van de grootste klassieker handelaren. Zo zie je hieronder bijvoorbeeld drie pracht exemplaren van Horch. Waarvan er één als mooiste klassieker van de beurs is gekroond. Ontwikkeld door August Horch, maar door onenigheid met zijn financiers en omdat hij geen patent op het merk had aangevraagd maakte die het hem onmogelijk om nog langer auto’s onder zijn eigen naam te blijven verkopen. Hij richtte toen Audi op. Naar verluidt vertaalde een vriend van Horch diens naam – die in het Duits “horen/luisteren” betekend – naar het Latijn: Audi. In 1932 werd het merk Horch onderdeel van Auto Union, maar het merk zou de tweede wereldoorlog niet overleven. Overigens kan een Horch in goede staat, zoals hier onder een waarde hebben van rond een miljoen euro. En waarbij de koffer achterop bijvoorbeeld een optie is en los 6.500 euro kost.

De Spyker C8 Double 12 S – waarvan de naam terugslaat op een 24-uurs race uit 1922 die het merk wist te winnen –  mogen we als Nederlanders trots op zijn, want deze auto zal als klassieker de boeken in gaan. Niet alleen omdat Spyker van zichzelf al zo’n exclusief merk is, maar ook doordat er nog minder van deze Double 12 S zijn gemaakt als de normale C8 en C8 Spyder. Die meer verkocht zijn.  Deze C8 staat op een aangepast C8-platvorm met een langere wielbasis en er kon afhankelijk van de wensen van de klant gekozen worden uit de V8 met stage I 400 pk tot stage V met 620 pk.

Hieronder de Maserati Quatroporte Bellagio Fastback, ja wat een naam hoor ik je al denken. Van de 25 exemplaren die gepland waren om te bouwen van deze Estate zijn er slechts 3 geproduceerd.

Hieronder de ‘Bentley 8 Litre’ zesinlijn-motor, waarvan slechts 100 exemplaren zijn geproduceerd tussen 1930 en 1931 in verschillende carrosserievormen. Dit model is het 2e exemplaar dat gebouwd is en moest de concurrent de Rolls-Royce Phantom compleet wegvegen.

Hieronder, links de Clement-Bayard Type 4M2 uit 1910. Deze had een 1350 cc viercilinder en helaas een prijs op aanvraag. En rechts de Croizemari Type AC uit 1901. Die een 1 clinder 800cc motor heeft met een verzet van 3 versnellingen en een topsnelheid had van 20 km/h.

Hieronder de Petersen Meteor Rolls Bentley 27 liter special uit 1933, die – wat uit de naam af te leiden is – een Rolls-Royce Meteor motor in het vooronder heeft liggen. Welke oorspronkelijk een tankmotor is die is ontwikkeld uit de legendarische Merlin vliegtuigmotor (beter bekend als motor van oa. de Spitfire). Het Chassis is ook afkomstig van Rolls Royce, namelijk een uit 1933 P2 chassis en er lag een automatische versnellingsbak in met 4 versnellingen.

Hieronder een Petersen supercharged 6,5 Liter Road Racer, waarvan de motor een 6,5 liter 8-inlijn motor is afkomstig van Rolls-Royce. Het chassis en de versnellingsbak zijn van Bentley en de Superchager van Petersen zelf. Deze auto leverde een vermogen van 398 pk en 584 Nm aan koppel.

Hieronder de bij de grote prijs van Lyon in 1924 geïntroduceerde Bugatti Type 35, met een achtcilinder motor met 1991 cc. Niet alleen de prachtige vormgeving was spraakwekkend in die tijd maar ook de speciale achtspaaks aluminium wielen en geïntegreerde trommelremmen waren sensationeel. Het was een standaard voor vele andere varianten zoals de: 35C, 35T, 35B en de 35A. Later verschenen er ook een aantal racevarianten, zoals de 35S, het Type 51 en het Type 54. De auto is mede zo legendarisch doordat er 400 35S (raceversies) versies van zijn gemaakt waarmee vele coureurs reden. Van amateurs tot proffesionals zoals, René Dreyfus, 1992 Monaco GP winnaar William Grover Williams and Louis Chiron. Samen hebben deze coureurs een geschatte 1850 overwinningen binnengesleept tussen 1924 en 1927.

Maar achter dit succes schuilt nog een ander verhaal. Namelijk dat Buggati erg langzaam was met het toevoegen van nieuwe innovaties die niet binnen Bugatti zelf waren ontwikkeld. Waar de anderen in het raceveld bijvoorbeeld al met hydraulische remmen reden, moesten de Bugatti coureurs het nog met de bekabelde remmen doen. En als zij er dan over klaagde deed Ettore Bugatti uitspraken als: “I make cars to go, not to stop”. En de Bugatti Veyron rechts mag voor zichzelf spreken, met zijn 8 liter W16, 1001 pk en topsnelheid van boven de 400 km/h.