Tagarchief: Blog

Kindjes van de rekening

Als je niet bij de grote Duitse of Franse merken hoort dezer dagen heb je het toch best moeilijk om fatsoenlijk voet aan wal te krijgen hier in Nederland. Maar hoe komt dat dan?

 

 

Vroeger, toen alles sowieso beter was, kozen mensen auto’s uit voornamelijk omdat ze goedkoop waren in aanschaf. Het prijsverschil was toentertijd toch vrij groot. De Japanners hadden Europa gevonden en begonnen halsoverkop talloze auto’s tegen spotprijzen naar West Europa te transporteren. Zij zagen wel markt in die Europese centenbijters. En geef ze eens ongelijk. Toyota was natuurlijk erg vroeg van de partij op de Europese markt en niet geheel verwonderlijk is het nog steeds een van de grootste fabrikanten ter wereld, maar ook zij hebben concessies moeten doen. De Japanse stadsauto’s zijn nooit de mooiste van de wereld geweest. Mensen die auto’s kochten uit ethisch perspectief kochten toch vaak Europese auto’s, denk vooral aan de Italianen. Menig autohart ging en gaat daar sneller van kloppen. Maar er was veel te zeggen voor de Japanse invasie. Ze waren goedkoop, vaak zo betrouwbaar als het universum en in onderhoud waren het geen auto’s die je bankrekening plunderden. Het waren goedkope, betrouwbare manieren om van A naar B te komen. Dat was de voornaamste reden om een Japanse (of later ook Koreaanse) auto te kopen. Toegegeven, de Japanners hebben het bouwen van auto’s al wat langer onder de knie maar we kunnen niet ontkennen dat de Koreanen (Kia en Hyundai) een enorme inhaalslag hebben gemaakt in de laatste 4 à 5 jaar.

Maar het is 2013, en de regels zijn veranderd. Veel veranderd ook. Even puur kijkend naar Nederland, omdat ik ook de situatie van andere landen om ons heen niet ken, hier zijn de belastingregels aangescherpt. Ieder jaar komt politiek Den Haag weer met nieuwe regels met betrekking tot de motorrijtuigenbelasting (MRB) en de bijtellingsregelingen voor zakelijke rijders. Natuurlijk is Den Haag niet alleen verantwoordelijk voor deze aangescherpte regels. Brussel  hijgt hun ook in de nek, omdat Brussel er van overtuigd is dat de auto de schuld is van alle wereldproblematiek. Och, wat zou de wereld makkelijker en mooier zijn als de crisis en milieuactivisten er niet waren. Iedere fabrikant is genoodzaakt te downsizen omdat Brussel de milieuregels aanscherpt. En Den Haag gooit daar voor Nederland weer een apart set regels overheen als het gaat om de aanschaf en lease van nieuwe auto’s. Ieder jaar moet de uitstoot van auto’s (gemeten in CO2) teruggedrongen worden, want dan gaat het gat in de ozonlaag weer dicht, denken ze. Ze vergeten alleen dat er nog steeds mensen rondrijden in, bijvoorbeeld, Mercedes-Benzen 190D of een Opel Kadett, of een Ford Escort. Deze auto’s stoten meer CO2 uit dan 3 Toyota’s LandCruiser (die met de V8) bij elkaar. Maar de nieuwe auto’s moeten het ontgelden. Steeds kleinere motoren, steeds minder CO2. Zo niet, geen verkopen.

En dat is precies waar mijn probleem (en teleurstelling) in zit. De Europeanen voldoen al jaren aan die eisen, sommigen zijn zelfs al klaar voor de aanstaande Euro-6 norm van 2014. En de Koreanen en sommige Japanners zijn zo ver nog niet. En dus kiest vrijwel iedere automobilist voor een auto uit de gevestigde, Europese orde. Niet omdat het zo’n supermooie auto’s, of zo betrouwbaar als de wereld zijn, nee, omdat ze prijstechnisch gunstig zijn om aan te schaffen. Mensen kiezen auto’s uit met het oog op hun portemonnee. De Japanners en de Koreanen sneeuwen onder tegen al dit Europese en politieke geweld. Maar mensen vergeten vaak dat die Japanners of Koreanen zo slecht niet zijn, integendeel.

Zo liep ik vorige week een Honda showroom in en keek met pijn in mijn hart naar een Accord Tourer hoe die daar onder stond te stoffen. Het is een ontzettend goede auto, in de meest letterlijke zin van het woord, maar omdat hij geen 14 of 20% bijtelling heeft en geen MRB vrijstelling lopen mensen er met een grote boog omheen. Ook zag ik gisteren ergens een nieuwe Mazda 6 op de oprit staan. Ik wilde bijna aanbellen en de beste man of vrouw een ferme handdruk geven. En voor degene die die nieuwe Mazda nog niet gezien hebben; het is écht een hele mooie auto geworden, en steekt gewoon goed in elkaar. Een ander autoblad vergeleek ‘m laatst in een test met een BMW 3-serie, maar dat vond ik persoonlijk een beetje onrealistisch. Dat is een premium merk tegen een merk dat net de nieuwe milieufoefjes ontdekt heeft. Beetje valsspelen als je het mij vraagt.

En in Den Haag spotte ik een Kia Optima, als diplomatiek voertuig. Hij was van de Canadese ambassade, als mensen soms daar handen willen gaan schudden of knuffels uit willen delen. Mensen vergeten de Koreanen en Japanners vaak in deze tijd, omdat eigenlijk de enige reden om zo’n auto te kopen, de prijs, weg is. Maar de auto’s zijn helemaal niet slecht. Het is vooral het D-segment waar deze merken het lastig hebben. Kia probeert het met de optima, Mazda met de 6 en Hyundai met de ook totaal niet verkeerde i40. Maar toch kiezen mensen voor een Volkswagen Passat, een Ford Mondeo of een Opel Insignia, want dat is bekend, dat klinkt betrouwbaar voor de meesten. Mijn tip? Kijk gewoon eens verder dan je neus lang is, kijk voorbij die Europese merken, want vergeet niet, het is 2013, tijden zijn veranderd en ook de auto’s uit het Verre Oosten kunnen prima mee dezer dagen. Daar twijfel ik echt niet aan.

 

Bron foto: Telegraaf.nl

Mini is niet mini meer

Sommige autofabrikanten durven weer out of the box te denken en volgen de laatste trends van consumenten op de voet. Zo ook Mini met hun hippe, vernieuwde imago, wat hun laatste modellen met zich mee brachten. Maar wat als marketing de overhand krijgt in plaats van functionaliteit?

De oorspronkelijke Mini kwam voort uit de brandstoftekorten door de Suez Crisis en werd ontworpen door een zeer kleine team van British Motor Corporation (BMC) deskundigen. Drie ingenieurs, twee engineering studenten en vier tekenaars om precies te zijn. Het ontwerp moest volgens het hoofd van BMC, Leonard Lord, voldoen aan een aantal basis design elementen: de auto moest in een doos passen van 3 x 1,2 x 1,2 meter, het gedeelte van de passagiers moest 1,8 van de 3 meter lengte zijn en de motor moest om koste besparende redenen een bestaande motor zijn. Door de auto voorwielaangedreven te maken, de motor boven de vooras te plaatsen en de wielen zo ver mogelijk naar de hoeken van de auto te plaatsen, kon de rest van de bodemruimte gebruikt worden voor de passagiers en bagageruimte. Waarbij de plaatsing van de wielen en de daar bij komeden handeling als eengo-kart de belangrijkste designelementen van de Mini waren. Van de Mini, die decennia lang in productie is geweest, zijn in die periode zo’n 100 varianten verschenen. Enkele van het merk zelf, de overige van kleine firma’s, de zogenaamde coach build varianten.

Uit deze rijke geschiedenis is dus voldoende inspiratie te halen voor toekomstige modellen. De Clubman is daar het eerste voorbeeld van. Deze Mini heeft een langere wielbasis en dus meer ruimte voor de passagiers achterin. Doordat de wielen nog steeds op de hoeken van de auto staan, is in dat opzicht weinig aan het originele ontwerp verandert, totdat je verder gaat kijken. Aan de achterkant zie je twee opzij slaande deurtjes en aan de rechterkant van de auto achter de zijdeur een stuk wat tussen het voor en achterstuk lijkt geplakt te zijn, wat er aan de linkerkant niet zit. In werkelijkheid is dit een deurtje, om de achterbank te bereiken. Deze deur is niet apart te openen, want de rechter voordeur moet daar ook voor geopend zijn. Daarnaast is het dak ook wat uit haar originele proporties getrokken en is nu heel wat hoger.

Ook is er nu de Mini Countryman, die nog verder van het originele Mini design lijkt af te staan, door zijn; verhoogde bodemvrijheid, cross-over look en optioneel te verkrijgen vierwielaandrijving. Ik heb geen problemen met de updates die dit model heeft meegekregen zoals de nieuwe bumpers, voor en achterlampen enz. Want soms is vernieuwing nodig, om nieuwe markten aan te spreken en bestaande klanten geïnteresseerd te houden. Want deze nieuwe Mini’s spreken met de gedaanteverandering van de carrosserieën niet alleen – voor Mini – nieuwe segmenten aan, ze brengen tevens compromis met zich mee. Waardoor mijn keuze in die segmenten toch op andere merken zou vallen. Want waarom zou je een drie-deurs+1,5 Clubman kopen als je een praktischere en meestal goedkopere drie of vijfdeurs hatchback kunt kopen? En waarom zou je een Countyman kopen met meer bodemvrijheid en kunststof spatborden als hij zelfs met de vierwielaandrijving niet erg geschikt is voor zwaar off-road terrein en je hem wellicht nooit off-road gaat gebruiken? De handeling geeft mij niet het echte Mini gevoel meer en het hoeft geen nadeel te zijn, maar klein zijn deze Mini’s ook niet meer.

Een Mini koop je om zijn decennia oude image en het design, want ze (de oude) zien er leuk uit en rijden leuk voor het woon-werkverkeer waar de meeste Mini’s voor verkocht worden. Een fabrikant moet meegaan in de ontwikkelingen van de markt, daar consumenten veranderen en andere eisen gaan stellen aan auto’s. En dat laatste is nou net waar een fabrikant als Mini niet te ver in moet doorslaan: de verkeerde prioriteiten leggen. Design moet niet boven functionaliteit gaan, want dan creëer je een niche-markt waarin klanten die disfunctionaliteit niet als gebrek maar als een bijkomstigheid gaan zien.

{gallery}galleries/artikelen/2011/2011-10-18/Blog_Mini{/gallery}

Mini is niet mini meer

Sommige autofabrikanten durven weer out of the box te denken en volgen de laatste trends van consumenten op de voet. Zo ook Mini met hun hippe, vernieuwde imago, wat hun laatste modellen met zich mee brachten. Maar wat als marketing de overhand krijgt in plaats van functionaliteit?

De oorspronkelijke Mini kwam voort uit de brandstoftekorten door de Suez Crisis en werd ontworpen door een zeer kleine team van British Motor Corporation (BMC) deskundigen. Drie ingenieurs, twee engineering studenten en vier tekenaars om precies te zijn. Het ontwerp moest volgens het hoofd van BMC, Leonard Lord, voldoen aan een aantal basis design elementen: de auto moest in een doos passen van 3 x 1,2 x 1,2 meter, het gedeelte van de passagiers moest 1,8 van de 3 meter lengte zijn en de motor moest om koste besparende redenen een bestaande motor zijn. Door de auto voorwielaangedreven te maken, de motor boven de vooras te plaatsen en de wielen zo ver mogelijk naar de hoeken van de auto te plaatsen, kon de rest van de bodemruimte gebruikt worden voor de passagiers en bagageruimte. Waarbij de plaatsing van de wielen en de daar bij komeden handeling als eengo-kart de belangrijkste designelementen van de Mini waren. Van de Mini, die decennia lang in productie is geweest, zijn in die periode zo’n 100 varianten verschenen. Enkele van het merk zelf, de overige van kleine firma’s, de zogenaamde coach build varianten.

Uit deze rijke geschiedenis is dus voldoende inspiratie te halen voor toekomstige modellen. De Clubman is daar het eerste voorbeeld van. Deze Mini heeft een langere wielbasis en dus meer ruimte voor de passagiers achterin. Doordat de wielen nog steeds op de hoeken van de auto staan, is in dat opzicht weinig aan het originele ontwerp verandert, totdat je verder gaat kijken. Aan de achterkant zie je twee opzij slaande deurtjes en aan de rechterkant van de auto achter de zijdeur een stuk wat tussen het voor en achterstuk lijkt geplakt te zijn, wat er aan de linkerkant niet zit. In werkelijkheid is dit een deurtje, om de achterbank te bereiken. Deze deur is niet apart te openen, want de rechter voordeur moet daar ook voor geopend zijn. Daarnaast is het dak ook wat uit haar originele proporties getrokken en is nu heel wat hoger.

Ook is er nu de Mini Countryman, die nog verder van het originele Mini design lijkt af te staan, door zijn; verhoogde bodemvrijheid, cross-over look en optioneel te verkrijgen vierwielaandrijving. Ik heb geen problemen met de updates die dit model heeft meegekregen zoals de nieuwe bumpers, voor en achterlampen enz. Want soms is vernieuwing nodig, om nieuwe markten aan te spreken en bestaande klanten geïnteresseerd te houden. Want deze nieuwe Mini’s spreken met de gedaanteverandering van de carrosserieën niet alleen – voor Mini – nieuwe segmenten aan, ze brengen tevens compromis met zich mee. Waardoor mijn keuze in die segmenten toch op andere merken zou vallen. Want waarom zou je een drie-deurs+1,5 Clubman kopen als je een praktischere en meestal goedkopere drie of vijfdeurs hatchback kunt kopen? En waarom zou je een Countyman kopen met meer bodemvrijheid en kunststof spatborden als hij zelfs met de vierwielaandrijving niet erg geschikt is voor zwaar off-road terrein en je hem wellicht nooit off-road gaat gebruiken? De handeling geeft mij niet het echte Mini gevoel meer en het hoeft geen nadeel te zijn, maar klein zijn deze Mini’s ook niet meer.

Een Mini koop je om zijn decennia oude image en het design, want ze (de oude) zien er leuk uit en rijden leuk voor het woon-werkverkeer waar de meeste Mini’s voor verkocht worden. Een fabrikant moet meegaan in de ontwikkelingen van de markt, daar consumenten veranderen en andere eisen gaan stellen aan auto’s. En dat laatste is nou net waar een fabrikant als Mini niet te ver in moet doorslaan: de verkeerde prioriteiten leggen. Design moet niet boven functionaliteit gaan, want dan creëer je een niche-markt waarin klanten die disfunctionaliteit niet als gebrek maar als een bijkomstigheid gaan zien.

{gallery}galleries/artikelen/2011/2011-10-18/Blog_Mini{/gallery}